Eric, 30 jaar chef werkplaats

Interview Erik Wolfswinkel - 30 jaar bij Autobedrijf Jan Wals ’Ik ben hier volwassen geworden'

Eric Wolfswinkel was 17 toen hij bij Jan Wals ging werken. Het jonge autobedrijf zat toen nog in het krakkemikkige pand in de Dorpsstraat van Ilpendam. Eigenlijk hoorde hij op de mts te zitten, maar 'het enige wat ik daar goed heb geleerd was pokeren'. De hersenen had-ie wel, maar Eric maakte veel liever motors dan berekeningen. Klussen aan auto's: dát was pas interessant voor een jonge jongen. Zo schakelde Eric als tiener al van een schoolregime naar een werkregime: niet meer laat opstaan, lange pauzes en tussendoor een beetje lummelen. Nee, bij Jan Wals werd elke minuut van de dag nuttig besteed. Of hij streng was in het begin? 'Streng, maar rechtvaardig. Op tijd komen en op tijd met je werk beginnen, is belangrijk voor Jan. Verder moet je je troep opruimen en de werkplaats schoon houden. En dat betekent dus ook de strepen uit de wc-pot verwijderen. Daar stond Jan 30 jaar geleden op, en nu nog steeds.' De charmante locatie aan de Dorpsstraat vond Eric vooral onhandig. 'Het was heel krap. Er ging veel tijd verloren aan het rangeren van auto's. In het begin was er geen kachel. In de winter van 1987 was het -10 tot -15 graden, dus sleutelden we met drie hemden aan. Daar kunnen de andere monteurs zich nu niets meer bij voorstellen.' Ondanks dat de omstandigheden in het begin niet ideaal waren, is Eric blij dat hij in de opstartfase van het bedrijf er al bij was. 'Het was een spannende tijd. We hebben het bedrijf met z'n tweeën opgebouwd. Er is altijd naar mijn mening gevraagd. Zo werd het ook een beetje mijn zaak.' Tussen het werken door werden de nodige diploma's gehaald met avondstudie: tweede monteur, eerste monteur, auto-elektricien, APK-keurmeester, turbo-specialist. 'En allemaal van die cursusjes.' En nu is Eric chef-werkplaats. 'Naast Jan, ben ik het gezicht van de zaak, omdat ik er al zo lang rondloop. Klanten kennen mij. Dat heeft overigens z'n voor en z'n nadelen: als de zaak gesloten is, weten ze me thuis te vinden met hun probleem. Maar ook dan vinden we wel weer een oplossing hoor.' Eric heeft een tijd lang vanachter de receptie gewerkt, maar is de laatste jaren weer vaker in de werkplaats te vinden. Terug naar het werken met de handen dus, waar het ooit om begon, en dat doet hij misschien wel het liefst. 'De grotere klussen zijn leuk: versnellingsbakken, motoren. Meestal doe ik de keuringen en moet ik diepere problemen oplossen. Dat zijn mooie uitdagingen.' Is er een hoogtepunt in 30 jaar? 'Absoluut het openen van het nieuwe pand aan de Nijverheidsweg. We hebben daar met z'n allen echt iets bijzonders neergezet.' Over een dieptepunt moet Eric veel langer nadenken: 'Ik heb een keer een auto plat gereden. Tijdens het proefrijden, hij was dus als gemaakt, dat kon toen opnieuw. Wat er mis ging? Hard rijden, laat remmen en paaltje. Toen moest ik het nog tegen de baas zeggen. Hij was not amused.' Zijn belangrijkste les: 'Ik kwam als klein jochie binnen in het autobedrijf en ben er volwassen geworden. Jan was als een tweede vader. Hij was een klankbord voor me en ik praatte veel met hem. Hij heeft ook gezorgd dat ik in een sociaal netwerk terecht kwam, regelde bijvoorbeeld dat ik bij de Ilpendamse vrijwillige Brandweer kon. Ik was een werknemer, maar werd ook een beetje opgevoed.' Zijn advies aan toekomstige monteurs: 'Zorg dat je in vorm bent.' Eric geeft het goede voorbeeld. Hij zit bij een atletiekvereniging, loopt marathons, houdt van schaatsen. En in Duitsland, waar hij een tweede huis heeft, staat hij met genoeg sneeuw op de latten. Van snelheid houdt hij nog steeds: Eric en zijn Ducati hebben er de Duitse Blik op de weg mee gehaald. Blijft Eric waar hij is? ‘Natuurlijk. Ik heb wel eens gedacht, wat zou ik nog meer kunnen doen? Maar ik heb plezier in mijn werk. Ik hoop nog heel wat jaartjes door te kunnen.'